Over Tristan Naber

Deze auteur heeft nog geen informatie verstrekt.
So far Tristan Naber has created 448 blog entries.

Besluit tot vaststelling gebiedsvisie niet appellabel

Tegen een besluit tot vaststelling van een gebiedsvisie kunnen geen bestuursrechtelijke rechtsmiddelen worden aangewend, aldus de rechtbank Noord-Nederland in een recente uitspraak. Een logisch en terecht oordeel. Alleen verslikt de rechtbank zich wel in de reden waarom dat zo is. Is dat omdat de gebiedsvisie een beleidsregel is, of is dat omdat de gebiedsvisie geen besluit is? Onze collega Jaap Wieland laat in een noot in TBR 2026/82 zijn licht over deze vraag schijnen.

Lees hier de noot die Jaap Wieland bij deze uitspraak schreef: 2026/82

2026-07-10T13:57:55+02:00

Korting op grondprijs ter stimulering gewenste initiatieven is subsidie

Eind vorig jaar oordeelde de Raad van State over het rechtskarakter van een door de gemeente verstrekte korting op de grondprijs ter stimulering van gewenste initiatieven. Dergelijke kortingen zijn subsidies. Dat betekent niet alleen dat de bestuursrechter bevoegd is om daarover te oordelen. Het betekent vooral ook dat er een wettelijke basis moet zijn om die subsidies te kunnen verstrekken. Is die basis er niet, dan kan er in het geheel geen subsidie worden verleend of korting worden verstrekt. En dan staan zowel bouwer (geen korting) als gemeente (geen gewenste initiatieven) met lege handen.

Lees hier de noot die Jaap Wieland bij deze uitspraak schreef: TBR 2026/69

2026-06-25T16:23:28+02:00

Toepassing Didam-regels op huisvesting van scholen en kinderopvang

Kortgeleden heeft de rechtbank Noord-Nederland voor het eerst uitspraak gedaan over de toepassing van de Didam-regels op de huisvesting van scholen en kinderopvang. Gemeenten hebben bij de uitgifte van onderwijsruimte een wettelijke taak. Dit betekent dat de Didam-regels daarop niet van toepassing zijn. De gemeente heeft evenwel geen wettelijke taak bij de huisvesting van kinderopvang(organisaties). Dat betekent dat de gemeente in beginsel geen ruimte heeft om bij de verkoop of verhuur van een locatie voor kinderopvang één-op-één afspraken met een kinderopvangorganisatie te maken. Het wordt vooral interessant als zich in één gebouw zowel een school als een kinderopvang bevindt, zoals bij IKC’s het geval is. Voor één gebouw gelden er dan twee uitgifteregimes. Staat dat niet op gespannen voet met de IKC-gedachte van doorlopende leerlijnen?

Lees hier de noot die Jaap Wieland bij deze uitspraak schreef: TBR 2026/67

2026-06-23T17:02:11+02:00

Risicoaansprakelijkheid. Kan de bezitter van een opstal met gebrekkige trap zijn risicoaansprakelijkheid verleggen naar de bedrijfsmatige verhuurder(s)?

Onze collega Roos Brandsen heeft een noot geschreven bij het vonnis van de rechtbank Gelderland van 4 februari 2026 ECLI:NL:RBGEL:2026:1208, over het al dan niet verleggen van de (risico)aansprakelijkheid van de bezitter van een gebrekkige trap naar de bedrijfsmatige verhuurder van die trap.

 Heeft u ook vragen over dit of een soortgelijk onderwerp?

Wij komen graag met u in contact.

Lees hier de noot die Roos Brandsen bij deze uitspraak schreef: RVR 2026/47

2026-06-17T13:15:15+02:00

Terugkomen oordeel tussenuitspraak natuurvergunning.

De drempel voor de bestuursrechter om terug te komen op een in een tussenuitspraak gegeven oordeel ligt (zeer) hoog. Dat blijkt uit een interessante einduitspraak van de Raad van State van 24 december jl., ECLI:NL:RVS:2025:6396.

 Wat is er aan de hand? Op 26 juni 2024 doet de enkelvoudige kamer van de Raad van State tussenuitspraak in een zaak over een op grond van de Wet natuurbescherming verleende vergunning voor een kunstmestfabriek in Terneuzen (ECLI:NL:RVS:2024:2595). De Raad van State oordeelt dat de rechtbank terecht tot het oordeel is gekomen dat de appellant ontvankelijk is in haar beroep, ondanks de fikse termijnoverschrijding van de beroepstermijn met ruim dertien maanden. Deze termijnoverschrijding is volgens de Raad van State verschoonbaar, omdat het college van gedeputeerde staten van Zeeland in strijd heeft gehandeld met artikel 3:44 Algemene wet bestuursrecht door de appellant niet het besluit toe te zenden, nadat zij tegen het ontwerpbesluit een zienswijze had ingediend. Daarbij betrekt de Raad van State ook dat de rechtbank terecht heeft overwogen dat van de appellant niet kon worden verwacht dat zij zelf actief informeerde naar de stand van zaken, aangezien:

(1) de beslistermijn al meerdere keren door het college was opgeschort en daardoor onduidelijkheid bestond hierover, ook vanwege de rechtspraak van de Raad van State over de Programmatische Aanpak Stikstof, en

(2) de natuurvergunning betrekking had op het vastleggen van de bestaande bedrijfsactiviteiten en er dus geen voor derden waarneembare uiterlijke wijzigingen aan de kunstmestfabriek te zien zijn, terwijl

(3) de appellant zo spoedig mogelijk beroep heeft ingesteld als redelijkerwijs kon worden verwacht na het moment dat zij op de hoogte was geraakt van het bestaan van het besluit.

De zaak wordt vervolgens verwezen naar een meervoudige kamer van de Raad van State vanwege de omvangrijke beroepsgronden. Die meervoudige kamer doet uitspraak op 24 december jl. Deze uitspraak is interessant, omdat de Raad van State terugkomt op dit oordeel in haar tussenuitspraak. De reden van dit terugkomen zet Thom Groot uiteen in zijn noot in het Tijdschrift voor Bouwrecht 2026/45 van het Instituut voor Bouwrecht. Daarbij deelt hij ook zijn rechtspraakanalyse over de mogelijkheid om terug te komen van een oordeel in een tussenuitspraak. Meer weten?

Lees hier de noot die Thom Groot bij deze uitspraak schreef: TBR 2026/45.

2026-06-02T16:27:48+02:00

Vier jaar Didam-regels nieuwe puzzelstukjes deel 2

Vorige maand verscheen deel 1 van het onderzoek van onze kantoorgenoten Truke Slagter en Jaap Wieland naar de stukjes van de Didam-puzzel die het afgelopen jaar zijn gelegd. (BR 2026/23) Afgelopen week is deel 2 verschenen (BR 2026/29). In dit tweede deel bespreken Truke en Jaap aan de hand van een aantal in het oog springende uitspraken van het afgelopen jaar welke criteria overheidslichamen kunnen hanteren bij het selecteren van een gegadigde voor overheidsvastgoed en welke remedies er zijn bij schending van de Didam-regels.

Mocht je vragen hebben over de toepassing van de Didam-regels, neem dan gerust vrijblijvend contact op.

2026-05-22T15:20:33+02:00

Bestemmingsplan; intrekking; overschrijven bestemmingsplan.

‘Is het bestemmingsplan overschreven?’, zo luidt het tussenkopje van een recente uitspraak van de Raad van State. Met lange (oplopende) doorlooptijden bij de bestuursrechter, de populariteit van zogenoemde paraplubestemmingsplannen en de druk op planologische besluiten vanwege de grote maatschappelijke behoefte aan woningbouw, kan het niet verbazen dat deze vraag met enige regelmaat impliciet of expliciet bij de Raad van State voorligt. De vraag komt onder andere aan de orde bij de toepassing van artikel 6:19 van de Algemene wet bestuursrecht (reparatiebesluiten). Daarover verscheen al eerder een noot van Thom Groot in AB 2025/121 bij Raad van State 13 november 2024, ECLI:NL:RVS:2024:4599, onder andere in verband met de conclusie hierover van staatsraad advocaat-generaal Nijmeijer van 29 mei 2024, ECLI:NL:RVS:2024:2238 en de uitspraak die volgde van 13 november 2024, ECLI:NL:RVS:2024:4599. In zijn noot AB 2026/3 zoomt Thom Groot in op sec de figuur van het ‘overschrijven’ bij het vaststellen van een bestemmingsplan. In deze noot beantwoordt hij de vraag hoe dit (juridisch) precies zit en wat de lijn is in de rechtspraak. Meer weten?

Lees hier de noot die Thom Groot bij deze uitspraak schreef: AB 2026/3.

2026-04-21T16:14:43+02:00
Ga naar de bovenkant