De praktijk van vastgoedbeheer in de periferie

Cliënt: Raymond Hoogwegt van Neddex Vastgoed N.V.
Sinds wanneer cliënt van STIJL Advocaten: 2009
Uitgelichte zaak: uitbreiding retailpark Ekkersrijt

Je moet in het bestuursrecht vaak eerst een vuist maken om serieus genomen te worden”

Neddex is gespecialiseerd in de aankoop en het beheer van commercieel vastgoed in Nederland en Duitsland. Een aanzienlijk deel van dit vastgoed bestaat uit perifere detailhandelsvestigingen (PDV’s) en grootschalige detailhandelsvestigingen (GDV’s). Zoals de winkels die het bedrijf verhuurt op retailpark Ekkersrijt, aan de rand van Son en Breugel, nabij Eindhoven. In 2013 had de gemeente plannen om extra winkelruimte in dit gebied te creëren. Een slechte timing, vond Neddex-directeur Raymond Hoogwegt. Samen met STIJL-partner Michiel van Driel ging hij het bestuursrechtelijke gevecht aan.

Neddex Vastgoed N.V. is gevestigd in Rotterdam, in een stijlvol monumentaal pand. In het kantoor, met uitzicht op de Maas, begroeten Raymond Hoogwegt en Michiel van Driel elkaar enthousiast, met een inmiddels geheel ingeburgerde Corona-boks. De twee leerden elkaar in 2009 kennen, via een andere cliënt van STIJL Advocaten. Sindsdien hebben de mannen – beiden gedreven professionals en gemakkelijke praters – geregeld overleg. Raymond Hoogwegt waardeert de korte lijnen met het Amsterdamse nichekantoor, hij weet dat hij Michiel van Driel altijd kan benaderen. Hij vertelt: “Zo’n vast aanspreekpunt is erg prettig, ik krijg daardoor niet telkens te maken met een nieuwe jurist die zich moet verdiepen in mijn dossier, zoals bij grote firma’s geregeld het geval is. De werkwijze van STIJL scheelt tijd en geld. Al meer dan tien jaar ben ik uiterst tevreden over de samenwerking. Ik ben onder de indruk van de vakkennis van Michiel. Hij is thuis in alle facetten waar wij bij Neddex mee te maken hebben.”

Daarom STIJL: actuele kennis van bestuursrecht
De vastgoedondernemer en oud-vastgoedbankier vervolgt: “Als belegger moet ik risico’s signaleren en kansen benutten. Ik ben zelf ook juridisch onderlegd. Maar bestuursrecht is echt een vak apart. Daar moet je helemaal in zitten, alle jurisprudentie bijhouden. Het ontbreekt mij aan tijd om dat te doen. Het is dus zaak om goede contacten te hebben met een partij die volledig ingelezen is. Waar ik terecht kan voor een quick scan, uitgebreid advies of een procedure.”
Dat laatste was onder meer het geval in 2013, in de zaak met de gemeente Son en Breugel. Raymond Hoogwegt: “Het winkelcomplex op Ekkersrijt, nabij Eindhoven, is een mooi project dat Neddex al twintig jaar in eigendom heeft. Zo huurt De Donjon Meubelen bij ons, een regionaal en koninklijk onderscheiden familiebedrijf dat al meer dan een eeuw actief is. Deze winkel zit in het deel dat we ‘De Woonburcht’ noemen. Ons complex, naast IKEA, meet bijna achtduizend vierkante meter. Ekkersrijt is overigens geen traditionele woonboulevard, maar meer een retailpark, of home en living center zoals de gemeente het graag noemt, waar ook zogenaamde bruin- en witgoedwinkels, horeca en fastfoodformules gevestigd zijn, zoals onze klanten Platte TV en Burger King.”

De rol van STIJL: belangen verdedigen
Wat speelde er acht jaar geleden precies? Raymond Hoogwegt: “De gemeente was van plan om 25.000 vierkante meter extra winkelruimte te realiseren op Ekkersrijt. Op zich stonden we daar niet negatief tegenover. De consument heeft behoefte aan ruimte, aan makkelijk parkeren, aan doelgericht inkopen doen en aan goede producten tegen scherpe prijzen van category killers, zoals de Mediamarkt. De kracht van detailhandel aan de rand van de stad is clustering van dergelijke activiteiten.”
Michiel van Driel vult aan: “PDV en GDV hebben overal in Nederland groot draagvlak onder de lokale bevolking. Wethouders doen geregeld de grootste moeite om een populaire winkelformule binnen te halen. Vaak is er echter weinig oog voor de belangen van ondernemers die al in het gebied gevestigd zijn. Een ordentelijk ondernemersklimaat is voor deze winkeliers van groot belang. In het geval van Ekkersrijt was het prima dat de gemeente er wat meters bij wilde doen. Maar dit waren er echt veel te veel op het verkeerde moment.”

Onderweg met STIJL: traineren door procederen
Raymond Hoogwegt: “Het gerucht ging ook dat de projectontwikkelaar aan de al op Ekkersrijt gevestigde bedrijven trok. In ons geval ook Kwantum, die 2.700 vierkante meter van ons huurde. Maar bovenal was ik niet blij met de timing van de bouwplannen, zo net na de euro- en retailcrisis van 2011 en 2012. Een onzekere periode, omdat de economie zich net aan het herstellen was.”
Michiel van Driel: “Er restte ons niet anders dan het aanwenden van rechtsmiddelen.”
Raymond Hoogwegt: “In het bestuursrecht draait het om offensief en defensief. Soms is het voor mij als vastgoedondernemer heel hinderlijk als ik te maken krijg met belanghebbenden die hun mening geven over uitbreidingsplannen. Maar soms weet ik mezelf in die positie te plaatsen. In de zaak van Ekkersrijt richtten Michiel van Driel en ik ons niet alleen op oneerlijke concurrentie en op het benaderen van onze huurders door de projectontwikkelaar, maar maakten we daarnaast bezwaar tegen de toename van verkeersstromen naar het nieuw te ontwikkelen winkelgebied. Door het indienen van bezwaar, werd de gemeente genoodzaakt om de uitbreiding van het nieuwe winkelgebied nog eens goed tegen het licht te houden en te heroverwegen. Omdat de gemeente voet bij stuk hield, hebben we de uitbreiding vervolgens bij de bestuursrechter aangevochten.”

Resultaat met STIJL: verlies blijkt winst te zijn
Michiel van Driel licht de aanpak toe: “Je probeert zo’n zaak natuurlijk te winnen, maar vaak is dat niet mogelijk. Dat neemt niet weg dat procederen zinvol kan zijn, al is het maar omdat procederen tot vertraging kan leiden en de tijd in je voordeel kan uitpakken. En door te procederen kan er soms alsnog ruimte ontstaan voor een minnelijke regeling.”
Raymond Hoogwegt: “Je moet in het bestuursrecht vaak eerst een vuist maken om serieus genomen te worden.”
De bezwaren werden uiteindelijk door de Raad van State verworpen. De ontwikkelaar kon gaan bouwen en zijn afspraken met Kwantum handen en voeten geven. Toch beschouwden de Neddex-directeur en Michiel van Driel het bestuursrechtelijke gevecht niet als verloren. Raymond Hoogwegt besluit: “Het aardige is dat we na het procederen twee of drie jaar verder waren. De economie was daardoor in een andere fase terechtgekomen. Toen het winkeloppervlak van Kwantum eind 2015 vrijkwam, konden we die meters vrij snel verhuren aan de vernieuwende winkelformules Lamp en Licht en Platte TV. Bij die laatste winkelketen kunnen consumenten niet alleen grote televisies maar ook grote barbecues kopen. Echt geweldig. Het is een plek waar vooral mannen graag komen.” De Rotterdamse entrepreneur lacht. “Achteraf gezien ben ik blij dat de zaken in 2013 zijn gelopen zoals ze zijn gelopen.”

Tekst: Iris Stam

2021-10-28T12:21:04+02:00

Visie van de expert

Wie: Sander van Oss, directeur en oprichter van NEOO, een ontwikkelaar van binnenstedelijk vastgoed

Delen is de toekomst

Deelfietsen, deelauto’s, een buurtapp om gereedschap uit te wisselen. De trend om te delen zet zich voort. “Het is goedkoper, duurzamer, kost minder tijd en delen verbetert bovendien de leefbaarheid van onze woonomgeving”, aldus Sander van Oss.

De oprichter van NEOO, een ontwikkelaar die zich richt op binnenstedelijk vastgoed, signaleert dat jonge mensen minder materialistisch zijn ingesteld en minder om status geven als bijvoorbeeld het bezitten van een eigen auto. Het hebben van veel of dure spullen past ook niet meer in ons idee van duurzaamheid en circulariteit. “Je ziet steeds meer collectieve tuinen en voorzieningen in (woon-)complexen waar bewoners dan wel bezoekers gebruik van kunnen maken, zoals een gezamenlijk terras, werkplek of bakfiets.”

Het delen past ook goed bij het beter omgaan met onze planeet. Van Oss: “We zien steeds minder stenen en steeds meer groen op en naast gebouwen: een park, bos en speelplekken in de buurt voor een beter klimaat, maar ook om elkaar te ontmoeten en tot rust te komen. Zeker in de stad waar de woningen vaak wat compacter zijn, bieden bijvoorbeeld collectieve daktuinen een uitkomst. Het is een verlengstuk van een appartement en ook nog goed voor de natuur: de vogels en de andere beestjes in de stad.”

Een andere trend die zich volgens Sander van Oss nog wel even door zal zetten is de waarde die gehecht wordt aan lokale producten. “Mensen willen steeds beter weten waar hun vlees, fruit, koffie of biertje vandaan komt: ze hebben een voorkeur voor artikelen uit de directe omgeving. Ook in de vastgoedontwikkeling combineren we lokaal met landelijk: in nieuwe plannen zitten bijvoorbeeld lokale vers-ondernemers met een mooi verhaal en een gezamenlijke bezorgservice bij elkaar, naast een landelijke supermarkt. Dit versterkt elkaar en houdt een stads- of dorpscentrum relevant voor de omgeving.”

Volgend op de woontrends, verdiept de ontwikkelaar zich ook in werktrends. “De werkconcepten breiden zich verder uit. Mensen werken niet alleen thuis of op het hoofdkantoor, maar ook regelmatig dichter bij huis. Je hoeft niet meer ver te reizen, maar boekt een – vaak flexibele – werkplek in de buurt op basis van een abonnement. Hotels bieden dit al langer aan. Ook de klimaatvisie zal steeds meer bepalen dat reizen slecht voor het milieu is en zonde van de tijd. Dat vraagt dus om nieuwe creatieve uitdagingen.”

Van Oss is met zijn bedrijf al betrokken bij het ontwikkelen van winkelcentra waar veel functies samenkomen. “Naast winkels zijn dat ook zorgcentra, werkplekken, kinderopvang, een stadsdeelkantoor en plekken om te ontspannen zoals sportfaciliteiten, leisure en horeca. De gemeente heeft een sterke rol in het aantrekkelijk houden en maken van deze centra, die het hart van een gebied zijn. Ik hoop dat we de aankomende vijftien jaar voor middelgrote steden plannen blijven maken en ontwikkelen die deze (winkel)centra aantrekkelijker maken en houden.”

Tekst: Maaike Staffhorst
Foto: Lisette Prins

2021-11-16T13:11:20+01:00

STIJL-figuren: Esther Horgan, controller

In elke nieuwsbrief vertelt een collega over zijn of haar werkzaamheden en de ervaringen met het kantoor.
In deze nieuwsbrief is het woord aan Esther Horgan, die controller bij STIJL is. “Ik merk dat de partners mijn mening waarderen. Daar word ik blij van.”

Wie: Esther Horgan
Functie: controller
Werkt bij STIJL Advocaten sinds: 1 mei 2015
STIJL in drie woorden: faciliterend, zorgzaam, benaderbaar

“Er zit veel hart bij STIJL”

Waarom STIJL?
“Ooit was ik student Rechten. Na mijn tweede stage besloot ik echter dat ik geen jurist wilde worden. Dat ik uiteindelijk op het kantoor van STIJL Advocaten terecht ben gekomen, is dus best grappig… Tussen toen en nu zit overigens flink wat tijd. Na mijn jaren op de universiteit heb ik lang in de dienstverlening gewerkt. Voornamelijk in de sector transport, waar ik me bezighield met kwaliteitscontroles, certificeringen en het opzetten van handboeken. Op een gegeven moment was ik daarop uitgekeken. Het was tijd voor een nieuwe uitdaging. Een klein jaar na de geboorte van mijn tweede kind bracht een detacheringsbureau voor ondersteunend personeel me in contact met STIJL. Het bleek dat mijn functie als controller nog ontwikkeld moest worden. Samen hebben we onderzocht waar behoefte aan was. En hoe ik dat met mijn vaardigheden kon invullen.”

Onderweg met STIJL
“Na drie gesprekken met de partners zat ik al achter een bureau. Ik was een beetje beduusd hoe snel het allemaal ging. Maar ik had vooral heel veel zin om te gaan pionieren in de Poeldijkstraat. Toen ik begon werden alle documenten nog in mappen verzameld, met kruisjes en handtekeningen erop. In de afgelopen zes jaar heeft STIJL geïnvesteerd in programma’s en softwarepakketten, die het mogelijk maken transparanter te werken. Door die toegankelijkheid is het voor medewerkers eenvoudig om informatie te vinden. En kunnen vragen van cliënten sneller beantwoord worden. Omdat mijn functie als controller niet vastomlijnd is, komt er telkens iets bij. Dat maakt mijn werk levendig én leerzaam. Zo mocht ik het HR-gedeelte op me nemen en daarvoor cursussen volgen. En bij ingewikkelde kwesties, bijvoorbeeld langdurig ziekteverzuim, was ik vrij om hulp in te schakelen van een advocaat arbeidsrecht.”

Esther: “Bij STIJL is ruime aandacht voor het grootste kapitaal van ons bedrijf:
de mensen.”

Resultaat met STIJL
“Cliënten goed bedienen en omzet genereren zijn belangrijk op ons kantoor. Maar er is ook ruime aandacht voor het grootste kapitaal van het bedrijf: de mensen. Er zit veel hart bij STIJL. Het allerleukste van mijn baan vind ik zorgen dat het goed gaat met iedereen. Taco, Truke, Vincent en Michiel zijn druk en zien en horen vaak niet alles. Ik probeer hun ogen en oren te zijn. ‘Deze collega zet zich ongelooflijk in voor het bedrijf, kunnen we een gebaar maken?’ Ik merk dat de partners mijn mening waarderen. Daar word ik blij van. Ook heb ik altijd erg genoten van de wintersportvakanties en andere trips. Helaas is dat door Covid-19 even niet mogelijk. Hopelijk kunnen we weer snel samen iets leuks ondernemen. Want zulke personeelsuitjes zijn van toegevoegde waarde voor het wij-gevoel van ons team!”

Tekst: Iris Stam
Foto: Bettina Traas

2021-11-16T14:56:55+01:00
Ga naar de bovenkant