Het is zover. In januari 2012 zijn de “Uniforme administratieve voorwaarden voor de uitvoering van werken en van technische installatiewerken 2012” (hierna: de “UAV 2012”) vastgesteld. Daaraan is een periode van enkele jaren voorafgegaan, waarin de zogenoemde Werkgroep Herziening UAV 1989 advies heeft uitgebracht over de aanpassing van de UAV aan jurisprudentie en wijzigingen in wet- en regelgeving. De Werkgroep heeft de aan haar door het toenmalige Ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer verstrekte opdracht, opgevat als de voorbereiding van een “lichte herziening” van de UAV 1989. Dat is gebleken. Het resultaat, de “UAV 2012”, is met luid trommelgeroffel gepresenteerd – op 15 maart jl. vond het “grote UAV 2012 Congres” plaats in de Jaarbeurs te Utrecht – maar van ingrijpende wijzigingen is het niet gekomen. Wellicht was dat niet de bedoeling, gelet op de “lichte” opdracht aan de Werkgroep, misschien viel er ook gewoon niet zoveel te wijzigen en moeten we eigenlijk vaststellen dat de set voorwaarden die dateert uit 1989, nog steeds naar behoren functioneert.

Een aantal van de voornaamste wijzigingen die de UAV 2012 introduceren, zijn de volgende.

Integratie UAVTI 1992 (voorwaarden technische installatiewerken)

Het eerste wat opvalt, is dat in de UAV 2012 de voorwaarden voor de uitvoering van technische installatiewerken zijn geïncorporeerd (UAVTI 1992). Waar de UAV 1989 enkel zag op de uitvoering van werken, ziet de UAV 2012 dus op zowel de uitvoering van werken als de uitvoering van technische installatiewerken. Dit ziet men terug in de definitie van de UAV in paragraaf 1 UAV 2012, maar bijvoorbeeld ook in de nieuwe paragrafen 8a (beproeving) en 10 lid 1a (verstrekken bedienings- en onderhoudsvoorschriften). Een praktische aanpassing, waarmee de UAVTI 1992 in feite overbodig zijn geworden.

Voorgeschreven leverancier gelijk aan voorgeschreven onderaannemer

Een andere voorname wijziging, betreft de positie van de voorgeschreven leverancier. Onder de UAV 1989 was de opdrachtgever in beginsel aansprakelijk voor de niet of niet tijdige levering van bouwstoffen die bij een voorgeschreven leverancier worden betrokken, dan wel bouwstoffen die door de opdrachtgever zijn voorgeschreven. Deze bepaling – paragraaf 5 lid 5 UAV 1989 – is in de UAV 2012 komen te vervallen, waarmee de positie van de voorgeschreven leverancier gelijk is getrokken met de positie van de voorgeschreven onderaannemer (paragraaf 6 lid 27 UAV 2012). Dat houdt in dat indien het inschakelen van een bepaalde onderaannemer of leverancier door de opdrachtgever is of wordt voorgeschreven, de aannemer voor wat betreft het presteren van die onderaannemer of leverancier jegens de opdrachtgever tot niet meer gehouden is dan tot datgene, waartoe de aannemer die onderaannemer of leverancier kan houden krachtens de voorwaarden door deze onderaannemer of leverancier gehanteerd en zoals deze door de opdrachtgever zijn aanvaard of goedgekeurd.

Aansprakelijkheid na oplevering

Paragraaf 12 UAV 1989 (aansprakelijkheid na oplevering) is gewijzigd. Voornamelijk om de verwijzing naar artikel 7A:1645 BW (oud) te verwijderen. Met die verwijdering is het onder de UAV 1989 gemaakte onderscheid tussen verborgen gebreken enerzijds en een gebrek zoals bedoeld in artikel 7A:1645 BW anderzijds, komen te vervallen.

Er is dus in feite enkel nog sprake van aansprakelijkheid voor verborgen gebreken onder de UAV 2012. De aard van het verborgen gebrek speelt nog wel een rol bij de termijn waarbinnen de aannemer na oplevering van het werk kan worden aangesproken. De hoofdregel is dat een rechtsvordering moet worden ingesteld binnen vijf jaar na oplevering. In het geval echter sprake is van instorting van (een deel van) het werk dan wel het ongeschikt raken (of een dreiging daartoe) van het werk voor de bestemming waarvoor het werk krachtens de overeenkomst is bedoeld en dit slechts kan worden verholpen of voorkomen door het nemen van zeer kostbare maatregelen, geldt een termijn van tien jaar na oplevering.

Een van de gevolgen van het verwijderen van de verwijzing naar artikel 7A:1645 BW, en waarover in de totstandkoming van de UAV 2012 niet wordt gesproken, is het oprekken van de aansprakelijkheid van de aannemer. Artikel 7A:1645 BW namelijk zag louter op het geheel of gedeeltelijk vergaan van gebouwen, terwijl paragraaf 12 UAV 2012 ziet op instorting en/of ongeschiktheid van het werk. Een ander in het oog springend punt, is dat paragraaf 12 lid 2 UAV 2012 voor wat betreft de gevolgen van directietoezicht niet gelijkgeschakeld is met artikel 7:758 lid 3 BW en de UAV-GC 2005. Dat had wel voor de hand gelegen, gelet op de opdracht van de Werkgroep. Artikel 7:758 lid 3 BW stelt dat een gebrek verborgen is, in het geval de opdrachtgever dat gebrek ondanks nauwlettend toezicht ten tijde van de opneming van het werk niet had kunnen onderkennen. De UAV 2012 gaat daarentegen nog steeds uit van de situatie dat een gebrek pas verborgen is in het geval dat gebrek ondanks nauwlettend toezicht tijdens de uitvoering dan wel bij de opneming door de directie redelijkerwijs niet onderkend had kunnen worden. De UAV is bezien vanuit de opdrachtgever strenger dan het Burgerlijk Wetboek en de UAV-GC 2005, zonder dat daarvoor een duidelijke reden bestaat. Nu het algemeen erkend is dat het houden van toezicht door of namens de opdrachtgever tijdens de uitvoering van het werk geen verplichting is, zou aansluiting bij de tekst van artikel 7:758 lid 3 BW, dan wel bij de tekst van de UAV-GC 2005, voor de hand hebben gelegen. Dat de Werkgroep daarvoor niet heeft gekozen laat onverlet dat opdrachtgevers desgewenst in het bestek of de aannemingsovereenkomst van paragraaf 12 lid 2 UAV 2012 kunnen afwijken.

Garantiebepaling

Onder de UAV 2012 is de bewoording van de zogenoemde “paragraaf 22” garantie aangepast. Onder de UAV 1989 was de aannemer gehouden, indien dat voor een of meerdere onderdelen in het bestek was voorgeschreven, alle tijdens de garantieperiode optredende gebreken te verhelpen waarvan de opdrachtgever aannemelijk maakt dat die met een grote mate van waarschijnlijkheid moeten worden toegeschreven aan minder goede hoedanigheid of gebrekkige uitvoering. In de UAV 2012 wordt thans onder paragraaf 22 lid 2 verduidelijkt wat onder gebrek dient te worden verstaan: “(…) gebreken, waarvan de opdrachtgever aannemelijk maakt dat die met grote mate van waarschijnlijkheid moeten worden toegeschreven aan een omstandigheid, die aan de aannemer kan worden toegerekend”.

Uit de ontstaansgeschiedenis van de UAV 2012 blijkt niet eenduidig of de wijziging van paragraaf 22 UAV 2012 is bedoeld om inhoudelijk een wijziging aan te brengen. In het verslag van de 9e vergadering van de Werkgroep valt te lezen dat de tekst van lid 2 wijziging behoeft omdat opdrachtgevers dikwijls zouden proberen ontwerpfouten, waarvoor de opdrachtgever conform de systematiek van de UAV verantwoordelijk is, voor rekening van de aannemer te brengen. Daarvoor is de paragraaf 22 garantie niet bedoeld en ook de rechtspraak van de Raad van Arbitrage gaat hierin niet mee, zo stelt de Werkgroep. Het lijkt erop dat de Werkgroep bovenal een verduidelijking heeft willen aanbrengen.

Afsluiting

Herziening van de UAV 1989 was nodig. De UAV 1989 was gedateerd en deels ingehaald door onder andere de invoering van titel 7.12 BW (aanneming van werk) en de UAV-GC 2005. De Werkgroep is dicht bij haar opdracht gebleven, hetgeen heeft geresulteerd in een erg lichte herziening. Een aantal van de voornaamste wijzigingen hebben wij hierboven besproken.

Voor een compleet overzicht van alle wijzigingen, verwijzen wij naar de website van Bouwend Nederland:

Voor meer informatie kunt u contact met ons opnemen via: info@stijladvocaten.nl of 020 346 9980.

 Dit is een publicatie van Stijl advocaten, ook verspreid als nieuwsbrief. Stijl advocaten is een hoogwaardige juridische dienstverlener die werkt voor de professionele vastgoedmarkt en de overheid. 

Hoewel deze publicatie met grote zorgvuldigheid is samengesteld, aanvaardt Stijl B.V. geen enkele aansprakelijkheid voor de gevolgen van het gebruik van de informatie uit deze uitgave zonder hun medewerking. De aangeboden informatie is bedoeld ter algemene kennisname en kan niet worden beschouwd als advies.