‘Is het bestemmingsplan overschreven?’, zo luidt het tussenkopje van een recente uitspraak van de Raad van State. Met lange (oplopende) doorlooptijden bij de bestuursrechter, de populariteit van zogenoemde paraplubestemmingsplannen en de druk op planologische besluiten vanwege de grote maatschappelijke behoefte aan woningbouw, kan het niet verbazen dat deze vraag met enige regelmaat impliciet of expliciet bij de Raad van State voorligt. De vraag komt onder andere aan de orde bij de toepassing van artikel 6:19 van de Algemene wet bestuursrecht (reparatiebesluiten). Daarover verscheen al eerder een noot van Thom Groot in AB 2025/121 bij Raad van State 13 november 2024, ECLI:NL:RVS:2024:4599, onder andere in verband met de conclusie hierover van staatsraad advocaat-generaal Nijmeijer van 29 mei 2024, ECLI:NL:RVS:2024:2238 en de uitspraak die volgde van 13 november 2024, ECLI:NL:RVS:2024:4599. In zijn noot AB 2026/3 zoomt Thom Groot in op sec de figuur van het ‘overschrijven’ bij het vaststellen van een bestemmingsplan. In deze noot beantwoordt hij de vraag hoe dit (juridisch) precies zit en wat de lijn is in de rechtspraak. Meer weten?
Lees hier de noot die Thom Groot bij deze uitspraak schreef: AB 2026/3.