Wat doe je als rechtspersoon met een ideëel belang als de hoogste bestuursrechter oordeelt dat jouw belangen niet worden beschermd door de norm die jij met jouw bezwaren inroept? Dan verander je de statutaire doelstelling! Dat is althans het antwoord van appellante Stichting Ruimte in de procedure die leidde tot een recente uitspraak van de Raad van State (ECLI:NL:RVS:2025:4651).
Wat was er aan de hand? De stichting stelt beroep en daarna hoger beroep in tegen (de uitspraak over) het besluit van het college van B&W van Roermond, waarbij omgevingsvergunning is verleend voor het legaliseren van een rijhal met paardenstalling. Zij beroept zich op planregels van het geldende bestemmingsplan die gaan over de bescherming van archeologische waarden. De Raad van State oordeelt dat deze planregels strekken ter bescherming en veiligstelling van de in de grond aanwezige of verwachte archeologische waarden. Die belangen vallen echter niet onder de statutaire doelstelling van de stichting, want die zijn – zo stelt de Raad van State vast – “het behouden/verbeteren van historisch gegroeide karakter van de stad Roermond” en het “bevorderen van de culturele architectonische en landschappelijke kwaliteiten van de stad Roermond”. In wat de stichting heeft aangevoerd ziet de Raad van State daarnaast onvoldoende aanknopingspunten voor het oordeel dat haar feitelijke werkzaamheden in combinatie met haar statutaire doelstelling maken dat zij in haar (eigen) belangen wordt geraakt door de planregeling. Daaraan voegt de Raad van State toe dat de stichting desgevraagd heeft toegelicht dat zij geen rol speelt bij archeologisch onderzoek (ECLI:NL:RVS:2019:2623 punt 6.1). De uitspraak van de rechtbank gaat niettemin onderuit en de omgevingsvergunning van het college volgt daarin. Daarbij bepaalt de Raad van State dat tegen het te nemen nieuwe besluit slechts bij haar beroep kan worden ingesteld en niet bij de rechtbank (ECLI:NL:RVS:2019:2623). Dit omwille van de procesefficiency.
Tegen het herstelbesluit wordt opnieuw door de stichting beroep ingesteld en opnieuw doet zij een beroep op de dezelfde (archeologische) planregels. In de tussentijd heeft zij haar statuten aangepast, waardoor haar belangen alsnog overeenkomen met de belangen die deze planregels beogen te beschermen. De Raad van State oordeelt echter dat dit niet kan; het relativiteitsvereiste van artikel 8:69a Algemene wet bestuursrecht verzet zich daartegen. In het vaktijdschrift AB 2026/118 analyseert Thom Groot dit oordeel.
Lees hier de noot die Thom Groot bij deze uitspraak schreef: AB 2026/118.