Eind vorig jaar oordeelde de Raad van State over het rechtskarakter van een door de gemeente verstrekte korting op de grondprijs ter stimulering van gewenste initiatieven. Dergelijke kortingen zijn subsidies. Dat betekent niet alleen dat de bestuursrechter bevoegd is om daarover te oordelen. Het betekent vooral ook dat er een wettelijke basis moet zijn om die subsidies te kunnen verstrekken. Is die basis er niet, dan kan er in het geheel geen subsidie worden verleend of korting worden verstrekt. En dan staan zowel bouwer (geen korting) als gemeente (geen gewenste initiatieven) met lege handen.

Lees hier de noot die Jaap Wieland bij deze uitspraak schreef: TBR 2026/69