In een recente uitspraak oordeelt de Raad van State dat de opkomende vastgoedeigenaar in kwestie niet als belanghebbende kan worden aangemerkt bij het besluit van de gemeenteraad van Den Haag tot vaststelling van het bestemmingsplan dat voorziet in een herontwikkeling van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid tot 1.200 woningen met voorzieningen. De Raad van State bouwt haar oordeel puntsgewijs op:

(1) de vastgoedeigenaar is geen concurrent,

(2) aan het doorlopen van een biedingsprocedure kan geen rechtstreeks belang worden ontleend en

(3) ook het betoog over de (on)uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan – met een beroep op het Didam-arrest van de Hoge Raad van 26 november 2021, ECLI:NL:HR:2021:1778 – levert geen rechtstreeks belang op.

In het vaktijdschrift AB 2025/320 beziet Thom Groot de puntsgewijze argumentatie in breder verband door deze tegen bestaande rechtspraak te houden. Meer weten?

Lees hier de noot die Thom Groot bij deze uitspraak schreef: AB 2025/320.