Een recente uitspraak van de Raad van State over een gevestigd voorkeursrecht voor de Dukatenburg 90 te Nieuwegein bevat twee interessante punten:
1) de grondentrechter geldt in deze zaak over een voorkeursrecht op grond van artikel 6, eerste lid, van de Wet voorkeursrecht gemeenten niet én
2) in een procedure over een voorkeursrecht kan een ruimtelijk plan exceptief worden getoetst, maar geldt ook de zogenoemde hoge ‘evidentiedrempel.
In het vaktijdschrift AB 2025/327 bespreekt Thom Groot het punt van de grondentrechter (dat is de onmogelijkheid om in hoger beroep nieuwe beroepsgronden aan te voeren) en de uitzonderingen hierop. Meer weten? Zie bijgevoegde noot op onze website.
Lees hier de noot die Thom Groot bij deze uitspraak schreef: AB 2025/327.